Dodenbrancard

Ik had vroeger van alles twee: twee bedden, twee tilliften, twee douchebrancards en twee toiletstoelen. Omdat de gemeente er maar één vergoedde, zochten mijn ouders zelf naar een tweede. Wat meestal betekende dat ik in één oude tillift bleef hangen of Marktplaats werd afgespeurd naar een goede vervanger. Daar had mama haar tillift vandaan. Toen ik dat oude ding zag, dacht ik even aan degene die er eerder in had gehangen, maar schudde die gedachte van mij af. Dat vond ik geen prettig idee. Tegenwoordig helpen de dames van de zorg mij met het verkrijgen van hulpmiddelen, zoals de vervanging van mijn douchebrancard. Al snel stonden de oude en de nieuwe naast elkaar en was de vraag: hoe kregen we de oude de deur uit? Hij kon niet worden opgehaald en zelf wegbrengen was geen optie. Toen kwam iemand op het idee om hem op Facebook te zetten. Misschien kon iemand hem nog gebruiken. Dat betwijfelde ik, maar er reageerde inderdaad iemand. Een vrouw die helpt in oorlogsgebieden zocht een brancard om overledenen op te wassen. Was mijn brancard daar geschikt voor? Ik kreeg de rillingen van die vraag, maar antwoordde ja. Een paar dagen later werd de brancard opgehaald. Nu liggen daar lijken op, oorlogsslachtoffers. Ik vind dat nog steeds geen prettig idee, maar tegelijkertijd heeft het iets moois en respectvols. Gewassen worden en rust vinden op een douchebrancard, daar is hij immers voor bedoeld. Toch denk ik dat ik de mijne nooit meer met dezelfde ogen zal bekijken.

Robin Corbee