Fluitenkruid

Bindi en ik hebben een stukje Schoorl in Heerhugowaard gevonden. Het is twintig minuten wandelen, maar dan zijn we in een wijk geflankeerd door bomen. De rust, het gefluister van de wind en de geur van het fluitenkruid, doen mij aan thuis denken. Ik ben altijd dol geweest op fluitenkruid, ik maakte er vroeger zelfs toverdrankjes van. Dan ging ik naar de Onderweg, plukte de witte bloemen en verpulverde ze tussen mijn vingers. Doe daar wat olijfolie bij en je hebt een geurig papje. In het Potter-huis deed ik het papje in een fles, samen met andere plantenresten en liet dat 'rijpen' bij het raam. Mama vond het eindresultaat smerig, maar ik had de grootste lol. Daar denk ik aan als ik het fluitenkruid zie wuiven in de wind en voel een steek van heimwee. Soms blijf ik daar staan, gewoon om mij even thuis te voelen. Het is fijn om een toevluchtsoord buitenshuis te hebben. Een plek waar ik aan mijn geliefde Schoorl kan denken. Misschien komt het door al het gedoe rondom Bindi, maar ik heb nog nooit zo graag terug gewild. Terug naar de rust van de Schoorlse natuur. Hoe goed ik ook in Heerhugowaard pas, ik wil terug naar mijn wortels, terug naar huis. Noem mij een optimist, maar ik weet zeker dat dat gaat gebeuren. Niet nu, misschien niet volgend jaar of dat jaar daarna, maar ooit kom ik terug. Tot die tijd ruik ik aan het fluitenkruid, glimlach en rij terug naar mijn flat.

Robin Corbee