Kale thee

Ik was vroeger geen zoetekauw, ik at liever een zakje chips. Oké, het hielp mee dat ik de snoeplades van mijn ouders niet zelf open kreeg. Soms deed ik een poging, maar meestal zonder succes. Dan haalde ik mijn schouders op en ging iets anders doen. Als je ergens niet bij kunt eet je het niet en verdwijnt de trek vanzelf. Maar toen kreeg ik een snoeppot, een nestverlater-cadeau van mijn moeder. Ik was blij met de zilveren pot en zette hem trots in mijn boekenkast. Toen ontdekte ik wat er gebeurt als je wél bij zoetigheid kunt: je eet de pot leeg. Ik ben geen snoeper omdat ik het lekker vind, ik snoep als ik me verveel of depri ben. Of op vaste momenten, zoals bij de thee. Op dat vlak blijk ik geen zelfdiscipline te hebben: het blijft niet bij één chocolaatje, het worden er drie. Stom, dacht ik toen ik naar een handvol paaseitjes keek, ik sport dagelijks en gooi hiermee mijn eigen glazen in. Dus gooide ik de paaseitjes weg, Allemaal. Eerst stopte ik ze in Barstje (het theekopje uit Belle & het Beest) en kieperde ze zo in de vuilnisbak. Stap 1 is gezet: de snoeppot is leeg en ik moet zeggen dat het meevalt, de zoetekauw in mij houdt zich rustig. De kale thee is wel even wennen, maar op de moeilijke momenten kijk ik naar Barstje. Misschien ben ik over een maand niets anders gewend, zeker met de hulp van mijn kleine vriend.

Robin Corbee