Raar

Liefde is mooi, liefde is grappig, de liefde kan misselijkmakend eng zijn. Vooral dat laatste heeft mijn eerste verliefdheid gekenmerkt, zodra mijn lover zijn lippen tuitte, begon ik te kokhalzen. Kwam het door mijn spasme of waren het puur de zenuwen? Wat de reden ook was, ik werd er behoorlijk onzeker van. Ik beloofde mezelf niet meer verliefd te worden op school, waar ik nu bekendstond als het Kotsmeisje. Dat werkte, totdat een jongen mij vroeg: 'Ben jij misschien de beruchte Robin Corbee?' Hij kwam naast me zitten. 'Berucht omdat je voldoendes haalt voor Frans, onze lerares snapt daar niets van. Ik ben Sintjin.' Ik was te perplex om te reageren, maar mijn klasgenoot zei: 'Jij bent raar.' Waarop Sintjin haar aankeek en antwoordde: 'Zijn we dat niet allemaal? Ander zaten we hier niet.' Ik kreeg spontaan de slappe lach, iets wat sinds het spuugdrama niet meer was gebeurd. Twee rare mensen elkaar vonden. Twee buitenbeentjes, waarover iedereen wel iets te melden had. Ik moest uit de buurt blijven van die stille, enge jongen en hij moest oppassen voor mij, het gevaarlijke spuugprojectiel. Zelfs leraren en verzorgers kwamen met waarschuwingen, maar Sintjin en ik zijn rare mensen en rare mensen luisteren zelden naar waarschuwingen. Waarschijnlijk is dat ook de reden waarom hij en ik na tien jaar nog steeds bij elkaar zijn: omdat Sintjin en ik alles anders doen dan de rest. Misselijk van liefde word ik niet meer, ik heb nu vaak last van buikpijn. Buikpijn van het lachen.

Robin Corbee