Verzopen kat

Ik vond het vroeger nooit erg om door het Nollebos te rijden als het regende. Ik hield van de geur van de natte aarde en het geluid dat de regendruppels maakten als ze op de bladeren vielen. Het werkte rustgevend. Maar dat was toen, in Schoorl. In Heerhugowaard joegen die eens zo rustgevende regendruppels mij angst aan. Angst dat ze mijn rolstoel lam gingen leggen en Bindi en ik dan geen kant meer op konden. Want dat was wat er gebeurde als de regen lang genoeg op mijn besturingskastje kletterde. Ik keek niet meer uit naar de herfst, ik zag er tegenop. Tot de komst van mijn beschermkap. De beschermkap is een doorzichtige grabbelton, waar ik mijn hand in moet steken om mijn rolstoel te kunnen besturen. Het duurde wel even voordat ik doorhad hoe ik met de kap moest omgaan. Hij is log en groot, ik kan niets anders meer op mijn blad kwijt, maar belangrijker: deze kap heeft mij mijn vrijheid teruggegeven. Ik kan weer ademhalen en om mij heen kijken. Genieten van de geuren en de kleuren die de herfst te bieden heeft. Soms sla ik een beetje door in mijn enthousiasme, dan kom ik druipend thuis, nat tot aan mijn sokken. Het is fijn om niet meer te hoeven vluchten voor de eerste druppel vocht, alsof ik van suiker ben. Word ik nat, dan verander ik in een verzopen kat, net als ieder ander. Maar ik, ik ben zonder twijfel de vrolijkste kat van de straat.

Robin Corbee