• Tsjechische militairen en particulieren bij Mohrs bijzonder gevormde grafsteen. Rechts Dagmar Johnson-Siskova en historisch onderzoeker Roel Rijks.

    Fred Jostmeijer
  • Leden van het 311 RAF-squadron. Helemaal links Josef Mohr.

    Šiška family archive

Tsjechen eren ongekomen landgenoten in Bergen

BERGEN Elk jaar, op 4 mei, betonen we alle eer aan deze omgekomen strijders voor onze vrijheid. Soms hoor je boeiende verhalen overeen hen. Kortgeleden bezochten nabestaanden van een vroegere bekende van één van de begraven militairen de begraafplaats.

Henk Jellema

Ditmaal waren het geen familieleden of kameraden van de honderden Engelse gesneuvelden, maar van een Tsjechisch slachtoffer van de luchtoorlog. Het betrof Josef Mohr, vrijwillig bemanningslid van een Engelse bommenwerper, die deel uitmaakte van het 311 RAF-squadron, gevormd door naar Engeland uitgeweken Tsjechen. Zijn toestel, een Wellington, was eind december 1941 met zes inzittenden na een aanvalsvlucht op Wilhelmshaven op de terugtocht naar Engeland.

NOODLANDING Door vijandelijk luchtdoelgeschut in brand geschoten, moest het reddeloze vliegtuig midden op de Noordzee, 100 kilometer westelijk van Petten, een noodlanding maken. Vijf overlevenden wisten in het rubberbootje te klimmen, waarin ze dagenlang op het ijskoude water ronddreven. Toen hun 'dinghy' op 3 januari 1942 bij Petten op de Hondsbossche sloeg, waren slechts drie van hen, ten gevolge van het barre winterweer, nog in leven.

ZEULEN Twee schooljongens uit de buurt, op zoek naar aangespoeld brandhout, kwamen in actie en zeulden het drietal veilig de dijkhelling op. Die veiligheid duurde maar kort, want al snel werden de uitgeputte en zwaargewonde vliegers door Duitse militairen krijgsgevangen genomen en weggevoerd. Van de op zee gestorven Tsjechen werd er één aan land gebracht en naar Bergen vervoerd. Daar werd hij op de Algemene Begraafplaats ter aarde besteld en later herbegraven op de Geallieerde Begraafplaats. Zijn naam: Josef Mohr, tweede piloot, 29 jaar.

MONUMENT De laatste jaren gebeurde er van alles bij de plek waar de vliegers in 1942 werden gevonden. Door inspanningen van Nederlandse en Tsjechische autoriteiten kwam er 70 jaar later, op 17 oktober 2012, nabij het adres Strandweg 4 een monument. Onlangs reden, op diezelfde dag, de ambassadeur met een Tsjechisch-Nederlandse, militaire delegatie en de burgemeester naar Petten voor een kranslegging. Uniek was daarbij, hoog boven de Hondsbossche, een 'flypast' van twee Tsjechische straaljagers, die eenmalig van Vliegbasis Leeuwarden konden gebruikmaken.

BLOEMSTUK Later die dag werd er in Bergen een bloemstuk bij het graf van Mohr gelegd. Naast militaire, Tsjechische autoriteiten waren daarbij Dagmar Johnson-Siskova en familieleden aanwezig. Dagmar is de dochter van de in 2003 overleden Alois Siska, commandant van de neergeschoten bommenwerper, die óók Mohrs toestel was.

Siska 'strandde' in 1942 bij Petten en verdween als krijgsgevangene in kamp 'Colditz'. Na de oorlog kwam hij bij de Tsjechische luchtmacht, waar hij opklom tot generaal-majoor. Hij was beschermheer van het naar hem genoemde opleidingssquadron, dat ook het initiatief voor het Pettemer monument nam. Piloten van deze eenheid voerden boven Petten hun spectaculaire vlucht uit. De officieren legden met Dagmar Siskova in Bergen bloemen bij Mohrs graf, dat volgens internationale regels op Brits grondgebied ligt. Meer informatie via fej@ziggo.nl of www.beeldbankbergen.nl.