Jutten

Ik heb een bloedhekel aan zwerfafval. Zodra ik een snoepwikkel op de grond zie liggen, wil ik het laten verdwijnen met mijn ogen. Die neiging begon in mijn jeugd. Schuldgevoel is krachtig, zeker bij kinderen. Ik herinner me dat ik naar mijn lege lollystokje keek en aan mijn moeder vroeg of ik het gewoon mocht laten vallen. Ze zei nee en toch deed ik het. Ik zag hoe het stokje over het asfalt stuiterde en voelde direct een steek van schuldgevoel. Sindsdien ruim ik alles op wat ik vind. Tenminste, als ik erbij kan. Ik heb een sjaal uit de onderste takken van een boom geplukt en Bindi heeft een werkende pen opgeraapt. Ik ben een jutter van de straat, zoals mijn geliefde Pjotter dat doet op het strand. Soms spot ik iets functioneels, soms troep en soms had ik mijn handen beter thuis kunnen houden. Hoe link volle blikjes frisdrank kunnen zijn, zo onschuldig zijn de verkreukelden. Dat dacht ik, totdat ik er eentje uit een heg viste. Ik reed verder, totdat ik iets voelde kriebelen: mijn arm zat onder de mieren! Dit was hem, de wraak van het lollystokje. Ik verbeet de drang om te gillen en hield het blik op een armlengte afstand, zoekend naar een prullenbak. Uren later voelde ik de mieren nog over mijn huid lopen. Toch zal de Pjotter in mij zal altijd blijven speuren naar schatten. Waarom ook niet? Het is leuk! De blikjes neem ik ook mee, maar wel met een serveertang.

Robin Corbee