• Jan de Rover, reus tussen reuzen.

    Ed Bausch

Bijna 90-jarige Bergenaar heeft groene vingers

BERGEN Volgend jaar juni wordt hij negentig. Maar als een jonge vent onderhoudt Jan de Rover de veldjes en borders rond de appartementen van het Palet aan de Nesdijk, die vijf roomwitte complexen van twee woonlagen. En dan heeft hij ook nog een grote volkstuin aan de Kogendijk. "Een sterk gestel", zegt Jan. "Terwijl ik zeker niet gespaard ben voor tegenslag."

Door Ed Bausch

Overal rond de gebouwen en paden is het werk te zien van Jan de Rover (Bergen, 1930). Ieder hoekje heeft hij weten te vullen met planten, struiken en bomen. Zelden of nooit kocht hij iets. Het is zijn plezier om wat aan de straat wordt gezet een nieuwe toekomst te geven. En natuurlijk is hij altijd doende om zaaigoed en compost te verzamelen. Zelden ziet men zo'n hoeveelheid zonnebloemen en stokrozen bij elkaar als rond de gebouwen van Het Palet. Naast enorme vlinderstruiken, die weer gebroederlijk tussen de door hem geplante sparren, dennen en berken staan. En er is nog veel meer te zien. Alles staat er schitterend en goed onderhouden bij. Hij woont er al 35 jaar, op de eerste verdieping van zo'n appartementengebouw. "Ik kijk helemaal vrij uit over de Bergermeer, een bijna ongerept landschap. Soms zie ik de Hoogovens, of het licht van de vuurtoren van IJmuiden."

De Rover lijkt op het eerste gezicht iemand te zijn die nooit weg was uit zijn dorp. Nou, het tegendeel is waar. Op zijn 60ste kon hij met pensioen. Maar daar ging een heel verhaal aan vooraf.

IRAK EN STEUNZOLEN Hij begon in het bosbeheer, op Wieringen, werkte twaalf jaar op de Rijnvaart, was badmeester in Bergen aan Zee (nog onder de familie Van Reenen) en koos uiteindelijk voor een opleiding tot metselaar. Dat werk bracht hem later tot in Irak, in de tijd van Saddam Hoessein. Zeker heeft hij een heel genuanceerd beeld over dat land: "Het was toen stabiel, ook al was het een dictatuur." In zijn leven viel hij een keer uit een boom. Een val die hem veel botbreuken opleverde. En hij had eens ernstig bevroren handen. Ook genas hij van de ziekte van Lyme. "Eigenlijk door maar gewoon door te werken, er was nauwelijks iets over bekend destijds. De dokter adviseerde, heel goed bedoeld natuurlijk met de kennis van toen, om steunzolen aan te schaffen."

GRASMAAIER Maar zie hem nu: een prachtige volle witte kuif, op de grasmaaier, spittend en schoffelend. Door weer en wind fietsend over de Kogendijk naar zijn prachtige groentetuin, zonder meer de mooiste van het complex. Na zijn pensioen maakte hij lange reizen door Amerika, met de camper door de Nationale Parken.
Natuurlijk kijkt hij wel eens met gemengde gevoelens naar de huidige tijd. Maar dan zal de kracht van de natuur hem altijd weer verleiden tot een prachtige glimlach. "Toen ik hier net kwam wonen, vroegen ze of het iets voor mij zou zijn om de tuin bij te houden."

Iedereen kan eens het pad naar het Palet inslaan en het werk van Jan de Rover bewonderen.