• Kees Maks (1876 – 1967), Automne (gezelschap in tuin), 1910 – 1925. Olieverf op doek. Collectie Museum Kranenburgh, Bergen, langdurig bruikleen van Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

    Margareta Svensson
  • Dirk Filarski, Stilleven met Bloemen en Fruit, 1913. Olieverf op doek.

    Collectie Museum Kranenburgh, Bergen
  • Henri Le Fauconnier (1881 – 1946), De Ster met Maroussia, 1918. Krijt op papier.

    Collectie Museum Kranenburgh, Bergen

Onder vrienden - de Bergense School in kaart

BERGEN Kranenburgh presenteert deze zomer opnieuw een bloemlezing uit zijn collectie werken van de Bergense School, waarin grote namen als Leo Gestel, Charley Toorop en Dirk Filarski niet ontbreken. Te zien van 23 juni tot en met 10 november. De opening is zondag 23 juni om 16.00 uur.

Ook werken uit de omgeving van de Bergense School én een aantal bijzondere nieuwe verwervingen maken deel uit van de tentoonstelling. Onder de verwervingen bevindt zich onder andere een kleurrijk vroeg stilleven van Dirk Filarski en een groot, zonnig tafereel van Kees Maks.

De talloze vriendschappen, relaties en familiebanden die in kunstenaarsdorp Bergen werden aangegaan, vormen een boeiende geschiedenis die veel kunstwerken en hun makers onderling met elkaar verbindt. Dat geldt ook voor favoriete plekken in Bergen die ze graag bezochten en vereeuwigden, zoals landgoed 't Oude Hof. Dit netwerk van verbindingen, dwarsverbanden en gezamenlijkheden vormt de rode draad in de presentatie Onder Vrienden – De Bergense School en omgeving.

VRIENDEN ONDER ELKAAR Een zonovergoten tuintafereel: drie vrouwen en een man rond een tafeltje, modieus, mondain, relaxed, rokend. Vrienden onder elkaar. Deze genoeglijke scene is geschilderd door Kees Maks (1876-1967). Maks, een halve generatie ouder dan de kunstenaars van de Bergense School, was vooral werkzaam in Amsterdam. Museum Kranenburgh heeft dit bijzondere schilderij onlangs in langdurig bruikleen ontvangen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Anders dan de titel (Automne) doet vermoeden, een zonnig, zomers werk.

Het werk van Kees Maks, een leerling van de beroemde George Breitner, wordt nu als tamelijk traditioneel beschouwd. Toch werd in 1911 het voornemen van het Stedelijk Museum Amsterdam tot aankoop van een werk van Maks geweigerd; men vond het werk te modern. Maks stond positief tegenover zijn jongere collega's. Als jurylid voor de najaarsexpositie St. Lucas in 1912 koos hij vooral voor de jonge vernieuwers.

NAAR EXPRESSIONISME Een aantal van de vernieuwers vertrok uit Amsterdam naar Bergen, gelokt door het magische zeelicht, het poëtische kustlandschap en elkaar. Onder hen schilders als Arnout Colnot, Dirk Filarski, Leo Gestel en Matthieu Wiegman. Was in Amsterdam het atelier van Leo Gestel, de beroemde 'Jan Steenzolder', een trefpunt voor kunstenaars, in Bergen werd het huis en later de Kunstzaal van verzamelaar Piet Boendermaker (1877 – 1947) een belangrijke hotspot. De kunstenaars deelden een visie op kunst en maakten na 1915 eenzelfde ontwikkeling door, geïnspireerd door het werk en gedachtegoed van Franse schilder Henri Le Fauconnier: van het neo-impressionistische 'licht-schilderen' naar een vorm van expressionisme; van zonnige, schetsachtige werken naar schilderijen met grote vormen, pasteuze verflagen en sterke kleurcontrasten.

PLATTEGROND BERGEN In de tentoonstelling worden de verbanden en verbindingen tussen schilders, schrijvers, dichters en favoriete thema's en plekken inzichtelijk gemaakt in een tot de verbeelding sprekende plattegrond van Bergen en zijn artistieke omgeving.