• Dook Vlugt telt de vogels in het donker.

    Dook Vlugt
  • Een boomkruiper.

    Dook Vlugt

Vogelaar Dook Vlugt telt boomkruipers in Bergen

BERGEN Dook Vlugt is regelmatig, gewapend met zaklamp, in donker Bergen te vinden. Vaak vertelt hij over zijn onderzoek als er vragen van bewoners van huizen of passanten komen. Dook is namelijk op zoek naar boomkruipers.

"En die slapen 's nachts", legt hij uit. "Boomkruipers zijn onopvallende kleine vogels die iets weg hebben van een huismus. Vaak vraagt iemand zich hardop af of het dan gaat over die ene die omhoog en omlaag kan kruipen of dat het juist de vogels is die alleen van benden naar boven langs de stam van een boom gaat. Het betreft de laatste, want een boomklever kan beide kanten op en de boomkruiper is daar niet op gebouwd. De vrij lange staart helpt om steun te vinden tijdens het kruipen. De meest recente Vogelatlas van Nederland (2018) geeft aan dat er tussen de 120.000 en 160.000 broedparen voorkomen in ons land en dat er tussen de 300.000 en 500.000 boomkruipers aan het begin van de winter zijn."

UITWERPSELEN Sinds de winter van 2017/2018 wordt er onderzoek gedaan naar slapende boomkruipers door vogelaar Dook. Hij is vooral gespitst op muren van huizen en gebouwen. "Deze gebouwen hebben bij de gevels een stuk dak dat naar voren een stuk uitsteekt. Daar waar de schuine dakdelen in de nok bij elkaar komen vindt de boomkruiper een gunstige plek om de nacht door te brengen. Met de pootjes houden ze zich vast aan oneffenheden op de stenen. De gevels die gebruikt worden zijn meestal duidelijk zichtbaar, een licht spoor van uitwerpselen is overdag zichtbaar. De plaatsen die vaak worden gebruikt hebben meer wit dan minder gebruikte gevels. Muren die geschilderd zijn of voorzien van planken worden niet gebruikt om tegen te slapen. Als er bij een geschikte muur sprake is van steunbalken die een stukje uit de muur komen dan worden die plaatsen aan de linker of rechter of aan beide kanten gebruikt. Elke slaapplaats is dus te herkennen aan het witte poepspoor op de muur."

VERKEERDE VERONDERSTELLING Een 'rondje' fietsen duurt ongeveer en uur en is zo'n zes kilometer lang. Ongeveer 125 huizen in dat rondje lijken geschikt om boomkruipers te huisvesten, 73 zijn er daadwerkelijk in gebruik. Van de Doorntjes tot de Reigerslaan en van de Eeuwigelaan tot de Natteweg. "Ik probeer vast te stellen hoeveel exemplaren er onder welke omstandigheden gebruikmaken van de slaapplaatsen. Aanvankelijk werd er aangenomen dat alleen in het winterhalfjaar gebruik wordt gemaakt van de gevels, want in het zomerhalfjaar wordt voor nageslacht gezorgd, toch? Maar dat bleek een verkeerde veronderstelling, het hele jaar door vormen gebouwen een goed onderkomen voor de nacht. In de zomer wordt er wel veel minder gebruik gemaakt van deze plaatsen."

Het onderzoek vindt vooral in het donker plaats, ´s morgens vroeg of in het begin van de avond. Dook maakt gebruik van een zaklamp om de slaapplaatsen te verlichten waardoor hij de aanwezige slapers kan tellen. "Door deze werkwijze val je wel op. Ik heb van de instantie SOVON, die zich bezig houdt met vogelonderzoek in Nederland, een hes gekregen met het opschrift 'SOVON, Ik tel vogels voor onderzoek'.

CONCLUSIES Enkele voorzichtige conclusies tot nu toe:

Naarmate het in het najaar kouder wordt zoeken boomkruipers elkaar op, twee- en drietallen zijn heel gewoon, de grootste groep betrof acht boomkruipers.

Vanaf februari lijkt het dat boomkruipers steeds vaker een ander exemplaar niet meer
accepteert op de slaapplaats. Volgt er in die tijd een periode waarin de temperatuur lager wordt dan zoeken ze elkaar weer op.

Wind is van invloed op de gekozen slaapplaats. Voorbeeld: gevels op het westen worden
gemeden als de wind met kracht 4 en hoger recht op de gevel staat op het moment dat de slaapplaats wordt benaderd.

De slaapplaatsen worden opgezocht ongeveer een half uur na zonsondergang. Een half uur voor het opkomen van de zon verlaten ze deze plaatsen weer. Bij aankomst en vlak voor vertrek zijn de vogels onrustig, slapen ze eenmaal dan lijken ze in coma te verkeren.

Voorlopig wordt het onderzoek nog voortgezet. Sinds kort wordt er ook gekeken naar huizen met een rieten dak, tot nu toe is bij twee huizen vastgesteld dat boomkruipers zich ook aan het riet vast kunnen houden gedurende de nacht. Deze plekken vallen op door een spoor van donkere poep op een wit muurdeel op de gevel onder het rieten dak.